Over een klein kwartiertje zou mijn trein vertrekken en ik had geen zin om in deze ijzige kou te wachten op de trein. Al dribbelend weliswaar, want ik had laarzen aan met gladde zolen en ik was ook bang om te vallen, dus deze manier van hardlopen was het beste, kleine korte pasjes.
Het zag er vast stom uit, maar het kon mij niets schelen. Ik zag dat de stoeptegels hier en daar schots en scheef lagen, dus deze manier van lopen leek mij het veiligst.
Ik stak de kruising over en vanuit mijn ooghoeken zag ik ineens een vrouw van rechts aankomen lopen met een knots van een witte koptelefoon op, en met haar hond aangelijnd naast zich.
Ze liep kaarsrecht en bijna statig, dit in tegenstelling tot haar hond. Die hond, daar was wat mee. Mijn blik werd getrokken naar deze hond. Zij liep net alsof hij gebukt ging onder een zware last, haar staart zwiepte niet vrolijk, maar hing verloren tussen haar achterpoten in. Haar kop hing laag, en ze leek in zichzelf gekeerd te zijn, net als haar baasje. Met regelmaat keek ze wel steeds omhoog naar haar baasje. Ik had helemaal geen oog meer voor de persoon die voor mij liep, maar werd als een magneet aangetrokken door deze hond, ik bleef achter ze lopen en was mijn vaart wat geminderd, ineens was de trein vergeten omdat ik zo in beslag werd genomen door wat ik zag.
Wat was er nu zo wat mij aantrok? Ik keek door de hondenharen heen zo op de wat kalige rug, ah...leek wel een huidziekte, of schurft, het zag er in elk geval niet fris uit.
Een gevoel van droefheid overviel mij. Pff, ik haalde diep adem en besloot in te halen en zo liep ik ineens naast deze vrouw, en ik keek de hond van opzij aan. Ik probeerde contact te maken, maar de hond reageerde niet. Deze vrouw had toch de koptelefoon op, dus ze hoorde me vast niet.
En wat dan nog, dacht ik bij mijzelf, ik maakte een geluidje naar de hond, en uiteindelijk keek ze me aan......en mijn hart brak. Zulke trieste ogen. En ze keek weer snel terug. Dan heb je een moment dat het lijkt dat de tijd stilstaat. Wat moest ik doen, wat kon ik doen....? Deze vrouw aanstoten en zeggen tegen een wildvreemde," mevrouw uw hond is zo diep ongelukkig...zie u dat wel?"
Wie ben ik om dat te zeggen? Dat kan toch ook helemaal niet?
"Loslaten, je kan hier nu niets mee", zeg ik tegen mijzelf. Ik zette mijn pas in de versnelling en liep hard door. Nog een laatste blik achterom, ik zag dat ze met de hond in de auto stapte. In mijn fantasie had ik de hond al van haar overgenomen, zij blij dat ze er vanaf was en ik blij dat ik deze hond mee naar huis mocht nemen. Ik zou haar heel veel liefde geven, en weer blij maken. Zich gewenst laten voelen.....zodat de trieste blik zou plaatsmaken voor vreugde, want dat deze hond zich niet gelukkig voelde dat wist ik in elk geval WEL zeker...


0 reacties